Artikel: Kwetsbare ouderen, zo lang mogelijk zelfstandig naar het toilet

Twee zaken weten we met zekerheid te zeggen: als iemand afhankelijk wordt van hulp bij het plassen, dan moet diegene wachten op die hulp. Waarbij de kans op een ongelukje groter wordt naarmate de tijd verstrijkt. “Daarbij is het veelvuldig en langdurig ophouden van urine en ontlasting slecht voor blaas- en darmfunctie”, weet Paul van Houten, specialist ouderengeneeskunde en hoofd medische dienst Zonnehuisgroep Amstelland. Dus onze belangrijkste opgave is: hoe kunnen we de toiletgang zodanig organiseren dat iemand zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk van het toilet gebruik kan maken?

Paul van Houten promoveerde in 2008 op de relatie tussen toiletvaardigheden en mobiliteit in verpleeghuizen. Hij is expert bij Vilans, de landelijke kennisorganisatie voor langdurige zorg en lid van ICS (International Continence Society). Samen met hem buigen we ons over de omstandigheden waaronder incontinentie bij kwetsbare ouderen optreedt. En wat je als zorgverlener kunt doen om die omstandigheden te verbeteren.

Prioriteit

Het draait voornamelijk om toegang tot een geschikt toilet, legt hij uit. Als kwetsbare ouderen het toilet kunnen bereiken, is de kans op continent zijn immers vele malen groter dan wanneer zij daar hulp bij nodig hebben. Een geschikt toilet is goed te vinden, toegankelijk, hygiënisch en bruikbaar voor ouderen. Er is bijvoorbeeld een plekje om spulletjes neer te zetten. Ook in het herentoilet staat een afvalemmertje voor incontinentiemateriaal. En er zijn aanpassingen voor mensen die hulp nodig hebben. “We zien dat men daar in sommige landen verder mee is dan in Nederland”, merkt hij op. “In Japan loopt men daarin voorop.”

Hulpmiddelen

Pas op de tweede plaats noemt Van Houten specifieke hulp en continentiemateriaal. “Dan heb je het ook over zaken als absorptievermogen en hoe goed het materiaal te gebruiken is door de oudere in de dagelijkse omstandigheden. In verpleeghuissituaties gebruikt men vaak materiaal met grote plakstrips. Dat is door bewoners zelf niet meer te behappen en dan is de continentiezorg helemaal gericht op vervanging door de zorgverlener. Een broekje zou hier beter zijn”, geeft hij als alternatief. “Dat is handzaam en zelf af te voeren.”

Score

De situatie op gebied van continentie bij kwetsbare ouderen is in de laatste 15 jaar al aanzienlijk verbeterd. In 2004 was de prevalentie van urine-incontinentie binnen de Nederlandse woon-, zorg- en welzijnsinstellingen 80 tot 85 procent. In 2014 was dit teruggebracht naar circa 50 procent. Een uitstekend resultaat, dat volgens de specialist voornamelijk te maken heeft met achterliggende verbouwingen en de verbeterde toegankelijkheid van toiletten. Een belangrijke stimulans was het feit dat incontinentie een kwaliteitsindicator werd in tehuizen. En daarmee onder de aandacht kwam van het management.

“Wellicht is het mogelijk om dit mooie percentage nog verder omlaag te krijgen, hoewel incontinentie uiteindelijk onvermijdelijk is zodra mensen cognitieve problemen krijgen”, aldus de specialist. “Het verschil kan worden gemaakt in de fase waarin mensen nog wél enige zelfstandigheid hebben. Zorgverleners doen er goed aan zich te realiseren dat de kwetsbare oudere minder grip op z’n omgeving krijgt. Je kunt je dan steeds minder goed aanpassen aan veranderende omstandigheden. Bij opname in het ziekenhuis of een andere instelling is al hun routine ineens weg.”

Signalen

Hij noemt een voorbeeld: “Bij aandrang zal iemand het toilet zoeken op een voor hem of haar voor de hand liggende plek. Bij een woning is dit in de regel naast de voordeur. In een instelling is dit vaak ergens op een gang tussen de slaapkamers. De cliënt zal waarschijnlijk gaan zoeken bij de voordeur, waardoor het lijkt of diegene naar buiten wil. Als de zorgverleners hiervan op de hoogte zijn kunnen zij de cliënt het toilet wijzen, waarbij de kans aanzienlijk is dat zo iemand zonder verdere hulp van dit toilet gebruik kan maken.”

Strategie

“Indien diegene het toilet niet op tijd kan vinden dan leidt dat tot een natte broek” vervolgt hij. “De zorgverlener zal hierop volgend vaak naar incontinentiemateriaal grijpen en binnen een paar dagen is deze cliënt volledig incontinent. Want besef wel: mensen die in cognitief opzicht achteruit gaan kunnen zelf geen strategie meer bedenken om hun situatie te verbeteren. Het team van zorgverleners zal zo’n strategie moeten aanreiken”, stipt Paul van Houten aan. “Daarom is het zeer verstandig dat zorgverleners van instellingen de mantelzorger goed bevragen naar specifieke signalen, zodra iemand wordt opgenomen in een instelling.”


ContinentieKennisNetwerk maakt gebruik van cookies.

Om de website van ContinentieKennisNetwerk goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.